Automatische piloot

OF De dingen die ik mezelf onbewust heb aangeleerd in Addis

80%* van de dingen die we doen gaat automatisch en zonder nadenken: tandenpoetsen, koffiezetten, kijken welk weer het wordt voor je zonder jas naar buiten loopt. Slechts 20% van de tijd zet je je hersenen op volle toeren om te bedenken wat er gebeurt en wat je daarmee gaat doen. Die 20% werd even flink uitgerekt, toen ik in Addis aan kwam. Het dagelijkse leven is zo anders, dat je bij alles na moet denken. Maar na een aantal maanden ken ik de partonen en zijn er zelfs al nieuwe automatismen ingetreden. Op een rij.

*of meer afhankelijk wiens onderzoek je leest, bijv Kahneman

IMG_9361

 

 

 

 

 

 

 

1. Checken of je gezoem hoort als je ‘s morgens opstaat
Ah de wekker. Even uitrekken, dekbed openslaan en op naar de badkamer. Allemaal bekend. Ondertussen heb ik mijn oren al gespitst voor gezoem. Zat is het afgezwakte geronk van de generator van het hotel verderop. Gezoem aan betekent namelijk: power cut. En dat betekent geen waterkoker, geen fohn en zelfs geen douche, want door de lage waterdruk ben je vaak afhankelijk van de electrische waterpomp. En dan moet je vooruit gaan denken, is mijn laptop nog wel opgeladen? En als er geen electriciteit is, dan doet WiFi het ook niet. Moeten we dan maar bij een hotel gaan zitten werken. Al die dingen zijn bij “gezoem aan” al door mijn hoofd geschoten voor ik de badkamer heb bereikt.

2. Tas openritsen bij het binnengaan van een kantoorgebouw of winkelcentrumIMG_9387
Elk gebouw van waarde heeft een immense beveiliging. Minstens 1 man en 1 vrouw. Want ze controleren niet alleen je tassen, maar ‘fouilleren’ ook. Tussen aanhalingstekens, want het is slechts een swiepje langs je rug en buik. Maar sommige gebouwen pakken het serieus aan. Veel hotesl, waaronder onze favo kroeg de Beergarten heeft een X-day machine als op het vliegtuig, waar je tas doorheen gaat. En bij de bioscoop wordt je zowel bij de ingang als bij de zaaldeur gecheckt. Mijn automatische handeling bij een groot gebouw is dus alvast mijn tas los te ritsen, waardoor de verplichte controle tenminste een beetje opschiet.

3. Niet whatappen op straat
Ok, ditIMG_9360 is eigenlijk een omgekeerd automatisme. Om eerlijk te zijn loop ik in Nederland vaak zat met mijn ogen op mij telefoon en druk typend. Maar hier ontwen je dat heel snel. Niet vanwege diefstal. Er zijn wel veel kleine kinder tasjesdieven, maar die hebben hun trucjes die je zo ontwijkt en richten zich vooral op zakken en, jawel, tasjes. Nee, de reden om niet op je telefoon te kijken is dat je je ogen op de stoep gericht moet hebben. Regelmatig is er namelijk geen stoep of straat, maar een gat van 2, 3 meter diep. Hallooo, levensgevaarlijk. Sommige gaten zijn om leidingen te leggen, andere zijn voor afwatering. Voor elk gat is er vast iemand aangewezen om het te bedekken, ooit. Maar tot die tijd hebben voetgangers de gewoonte extra alert te zijn voor deze booby traps.

4. De heeft-u-dit-ook vraag
De meeste restaurantjes, hoe local ook, hebben een menukaart en grote hotels hebben WiFi, aangegeven met een mooi bordje. Toch leert dit land je nooit te geloven wat je op papier wordt aangeboden. Wil je op internet, dan vraag je al bij binnenkomt “WiFi aleh zare?”, is er vandaag ook Wifi? Want te lezen bij les 1, is internet dankzij powercuts of netwerkstoringen zeker geen vanzelfsprekendheid. Wil je een pizza en staan er 20 op de kaart, bestel niet meteen, maar vraag “Pizza aleh zare?” Een groot deel van de tijd krijg je als antwoord, “yellem”, hebben we niet. De kaas is op, het deeg is op, de oven doet het niet, er kan van alles aan de hand zijn. En dat maakt het bestelproces dus altijd verrassend. De ingebakken les is check de aanwezigheid, voordat je je zinnen op de zeldzaam verkrijgbare cheesecake hebt gezet.

5. Nooit een eerste prijs accepterenIMG_9368
Zoals in zoveel landen is onderhandelen hier heel normaal. Sterker nog het wordt van je verwacht. Iemand die een eerste prijs accepteert is niet rationeel of assertief, kortom mietje. En ook voor je portomonee is het beter. Een taxichauffeur vraagt als eerste bod voor een ritje van 10minuten zo 1500birr, 80€. Een ronduit belachelijke prijs, gezien de benzineprijs 0,75€ per liter kost. Maar het hoort bij het spel, de chauffeur is aan het aftasten. Dus moet je ook volledig verrast reageren, “Wat? veel te duur!!” “Ik betaal altijd 50birr” (een te lage prijs, maar ook part of the game). Dan gooit hij er een te dure maar acceptabele prijs in. Je reageert met “er is geen verkeer vannacht”,”het is heel dichtbij” of dreigt weg te lopen. En uiteindelijk kom je uit op 100birr. Precies de redelijke prijs die ik in mijn hoofd had. Bij elke taxi is onderhandelen een must, maar ook met straatverkopers van kauwgom of artikelen in kleine winkels geldt, accepteer nooit hun eerste prijs.

 

Dit vind ik een van de leukste dingen aan wonen in Addis, of wonen in elk buitenland. Aankomen op een nieuwe plek, waar alles anders is en me overal over verwonderen. En dan, na slechts een paar maanden merk ik dat ik me heb aangepast aan de gekkigheden in het systeem. En zelfs op automatische piloot door Addis wandel. Addis, mijn stadsie.